Wanneer de zwemmer geïnitieerd is in crawl, beheerst hij volgende uitvoering. Dit is dus de beginsituatie waarmee de Instructeur B aan de slag gaat ter vorming van een jonge, technisch onderlegde competitiezwemmer.

Sleutelelementen van de genormeerde CRAWL op initiatieniveau (zwemfed, 2015)

1. Het lichaam ligt in buiklig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)

  • Wanneer het lichaam volledig horizontaal in het water ligt,
    bevinden ook de oren zich onder water (hoofd neutraal, in het verlengde van het lichaam).
Crawl

2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer

  • De voeten/benen bewegen gelijktijdig maar niet symmetrisch: het ene been beweegt opwaarts,
    het andere neerwaarts (en omgekeerd).
  • De voeten/benen bewegen bij voorkeur ononderbroken (zonder stop- of rustmoment).
 

3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)

  • Gelijktijdig: vanuit de uitgangspositie (= één arm ligt in het verlengde van de schouder,
    de andere arm tegen het lichaam) wordt de actie van beide armen gelijktijdig gestart:
    terwijl de ene arm doorhaalt, wordt de andere arm teruggevoerd.
  • Niet-gelijktijdig: vanuit de uitgangspositie (= één arm ligt in het verlengde van de schouder,
    de andere arm tegen het lichaam) wordt de actie van de armen beurtelings uitgevoerd:
    één arm wordt teruggevoerd en daarna wordt de andere arm doorgehaald (‘afslag’ is dus toegestaan).
Crawl

4. De armen maken een lange bewegingsbaan op de schouderlijn onder water

  • De bewegingsbaan onder water wordt zo lang mogelijk gemaakt door met een gestrekte arm
    in te steken en met een gestrekte arm uit te halen.
  • De armen zijn bij voorkeur ook tijdens de doorhaal onder water volledig gestrekt.
Crawl

5. Het inademen gebeurt zijwaarts zonder het hoofd op te tillen, het uitademen onder water

  • Het hoofd wordt enkel rond de lengteas geroteerd en niet opgetild
    (bij voorkeur één oog maar minimaal de zijkant van het aangezicht blijft onder water).
 
Het inademen gebeurt bij voorkeur door de mond, het uitademen door mond en/of neus.  

Sleutelelementen van de genormeerde RUGSLAG op initiatieniveau (zwemfed, 2015)

1. Het lichaam ligt in ruglig horizontaal in het water (van hoofd tot voeten)

  • Wanneer het lichaam zich gestrekt in ruglig in het water bevindt, mogen de oren zich niet
    boven water bevinden.
  • Het lichaam zakt niet door ter hoogte van het bekken (geen zitpositie).
Rugslag

2. De voeten/benen bewegen gestrekt op en neer

  • De voeten/benen bewegen gelijktijdig maar niet symmetrisch op en neer:
    het ene been beweegt opwaarts, het andere neerwaarts (en omgekeerd).
  • De voeten/benen bewegen bij voorkeur ononderbroken (zonder stop- of rustmoment).
 

3. De armen bewegen in tegenovergestelde richting (al dan niet gelijktijdig)

  • Gelijktijdig: vanuit de uitgangspositie (= één arm ligt in het verlengde van de schouder,
    de andere arm tegen het lichaam) wordt de actie van beide armen gelijktijdig gestart:
    terwijl de ene arm doorhaalt, wordt de andere arm teruggevoerd.
  • Niet-gelijktijdig: vanuit de uitgangspositie (= één arm in het verlengde van de schouder,
    de andere arm tegen het lichaam) wordt de actie van de armen beurtelings uitgevoerd:
    één arm haalt door en daarna wordt de andere arm teruggevoerd
    (‘afslag’ is dus toegestaan).
Rugslag

4. De armen maken een lange bewegingsbaan zijwaarts onder water en worden boven
het lichaam teruggevoerd

  • De zijwaartse doorhaal gebeurt naast het lichaam en volledig onder water.
  • De opwaartse terugvoer gebeurt boven de schouder (de linkerarm wordt boven
    de linkerschouder teruggevoerd, de rechterarm boven de rechterschouder).

De armen zijn bij voorkeur gestrekt

Rugslag

Sleutelelementen van de genormeerde SCHOOLSLAG op initiatieniveau (zwemfed, 2015)

1. Tijdens het glijden liggen lichaam en hoofd horizontaal in het water

  • Het ‘glijden’ is de fase na het sluiten van de benen en vóór het spreiden van de armen.
  • Tijdens het glijden neemt het lichaam een gestroomlijnde vorm aan. De armen liggen
    gestrekt voor de schouders met het hoofd ertussen.
  • Wanneer het lichaam volledig horizontaal in het water ligt, bevinden ook de oren zich
    onder water (hoofd neutraal, in het verlengde van het lichaam).
Schoolslag

2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd

  • ‘Symmetrie’ impliceert gelijktijdigheid voor linker- en rechter lichaamshelft.
Schoolslag

3. De benen worden geplooid, gespreid en daarna met gehoekte voeten gesloten

  • De hielen worden naar het zitvlak getrokken, waarbij de benen worden geplooid.
    Dit gebeurt zonder de knieën onder de buik te trekken.
  • De voeten staan bij aanvang van het spreiden in een gehoekte positie. De gehoekte voeten
    worden bij voorkeur vóór het spreiden ‘naar buiten gedraaid’
    (= de tenen wijzen naar buiten).
  • Op het einde van het sluiten van de benen zijn deze gestrekt, met de voeten nog steeds
    in een gehoekte positie
    (pas na het volledig sluiten van de benen worden de voeten ontspannen).
 

4. De armen worden gestrekt gespreid, samengebracht voor de borst en aan het wateroppervlak teruggevoerd

  • De armen worden tot minimaal op ‘schouderbreedte’ gestrekt gespreid.
  • De handen/armen worden vóór de borst en onder de kin samengebracht.
  • De handen/armen worden aan het wateroppervlak teruggevoerd (= naar voren uitgestrekt).
Schoolslag

5. Het inademen gebeurt tijdens het samenbrengen van de armen, het uitademen onder water

  • Het hoofd bevindt zich in het verlengde van de romp en behoudt deze neutrale positie
    tijdens het uitstrekken van de armen (terugvoerbeweging) en het spreiden van de armen.
    Het hoofd maakt dus geen actieve beweging of ‘knik’.

Tijdens het samenbrengen van de armen richt de romp zich op,
waardoor ook het hoofd boven water komt = moment van inademen.

Schoolslag

Sleutelelementen van de genormeerde CRAWL op initiatieniveau (zwemfed, 2015)

1. Het lichaam beweegt zich golvend voorwaarts in het water

  • Wanneer het lichaam volledig horizontaal in het water ligt, bevinden ook de oren zich onder water (hoofd neutraal, in het verlengde van het lichaam).
 

2. De arm- en beenbeweging worden symmetrisch uitgevoerd

  • ‘Symmetrie’ impliceert gelijktijdigheid voor linker- en rechter lichaamshelft.
 

3. De benen bewegen op en neer met gestrekte voeten

  • De benen/voeten blijven de ganse tijd samen en bewegen als één geheel.
  • Voor elke armslag zijn er bij voorkeur twee beenslagen (= twee maal ‘op en neer’).
 

4. De armen slaan voor de schouders in, worden onder water doorgehaald en boven water teruggevoerd

  • De bewegingsbaan onder water wordt bij voorkeur zo lang mogelijk gemaakt door met een gestrekte arm in te slaan en met een gestrekte arm uit te halen.
  • De armen worden voor de schouders ingeslaan (= op ‘schouderbreedte’).
  • De armen worden bij voorkeur geplooid doorgehaald.
  • De armen worden bij voorkeur gestrekt teruggevoerd.
 

5. Het inademen gebeurt tijdens het einde van het uitduwen en het begin van de terugvoerbeweging van de armen, het uitademen onder water

Om te ademen wordt de romp licht opgericht, waardoor het hoofd (bij voorkeur tot aan de mond) uit het water komt. De golving van het lichaam maakt het inademen mogelijk, niet het opduwen van lichaam of hoofd met de armen.

 

Sleutelelementen van de BASIS START op initiatieniveau (zwemfed, 2015)

1. Eén voet staat vooraan op het startblok, de andere voet achteraan

  • De voeten staan op schouderbreedte
 

2. Het voorste been wordt licht geplooid, de kniehoek in het achterste been bedraagt 90°

  • Het zwaartepunt bevindt zich tussen de twee benen
 

3. Beide handen grijpen het startblok vast

  • De armen zijn licht geplooid
  • Het hoofd is ontspannen naar beneden gericht
 

4. De afzet is horizontaal

  • Tijdens de sprong en de zweeffase worden de armen voorwaarts gericht en vervolgens in pijl
 
5. Er wordt gestroomlijnd ingedoken  

Bron: Vlaamse Trainersschool (Sport Vlaanderen). (2020). Initiator Zwemmen. Vlaamse Trainersschool.

Kies voor een zwembrevet van het Netwerk Lokaal Sportbeleid

De zwembrevettenlijn van het Netwerk Lokaal Sportbeleid legt meer dan ooit de nadruk op een brede basisvorming én technisch correct zwemmen.