|
De trainersopleidingen bestaan uit 3 tot 4 niveau's: initiator, (instructeur B), trainer B, trainer A. Elk opleidingsniveau is daarbij nog eens opgedeeld in modules. Je schrijft je in en betaalt per module. Module 1 is telkens een algemeen of meer bepaald sporttakoverschrijdend, de andere modules zijn sportspecifiek. Je moet wel geslaagd zijn voor module 1 alvorens je aan de andere modules kan beginnen, deze laatste mogen in willekeurige volgorde worden gevolgd. Module 1 wordt georganiseerd door de Vlaamse Trainersschool zelf en volg je dus samen met trainers uit andere sporttakken. Uitgezonderd bij initiatoropleiding: hierbij kan je kiezen om module 1 te volgen binnen de zwemsport of sporttakoverschrijdend, we raden echter aan de sportspecifieke module 1 zwemmen te volgen. Hierna volgt een korte omschrijving van elk niveau, de concrete inhoud van de cursussen (= de opleidingsstramienen), vind je op http://www3.bloso.be/bloso/vtspublic/Docs/opleidingsstramienen.pdf (alle sporttakken staan onder zwemmen). Aspirant-InitiatorIn deze opleiding ligt de nadruk op watergewenning. Door het volgen van deze opleiding leert de cursist een les watergewenning voorbereiden en watergewenning op een verantwoorde, kwaliteitsvolle en kindvriendelijke wijze via aangepaste en speelse oefenvormen aan te leren. De cursist krijgt ook een eerste theoretische en praktische kennis van basisbewegingsprincipes en -vaardigheden in het water (voorbereidende vaardigheden op het aanleren van zwemstijlen nadien). Klik hier voor meer info. InitiatorDe initiator begeleidt de beginnende sporter bij het aanleren van zwemspecifieke bewegingsvaardigheden, basistechnieken of spelen, los van competitieve doelstellingen. Hierbij houdt hij rekening met elementaire gezondheidsaspecten en kan hij aangepaste omgangsvormen toepassen. De initiator kan zelfstandig een zwemactiviteit voorbereiden, leiden en evalueren, maar werkt mee in het kader van een ruimer opleidingsprogramma dat uitgewerkt en gecoördineerd wordt door een hoger opgeleide. Instructeur BDe instructeur B initieert en vervolmaakt jeugdige en andere sporters, rekening houdend met de ontwikkelingskenmerken van de doelgroep en de leerlijn van de sport. Hij kan zelfstandig een jaarplan opstellen en concreet uitwerken in duidelijk omschreven doelstellingen en creëert mee het kader waarbinnen de initiator werkt. De instructeur B is een sporttechnisch expert. Hij heeft inzicht in het motorisch leerproces en begeleidt sporters die een gevorderde techniek willen beheersen. Trainer BDe trainer B initieert, vervolmaakt en/of traint jeugdige en andere sporters, rekening houdend met de ontwikkelingskenmerken van de doelgroep en de leerlijn van de sport. Hij kan zelfstandig een jaarplan opstellen en concreet uitwerken in duidelijk omschreven doelstellingen en creëert mee het kader waarbinnen de initiator werkt. De trainer B is dus opgeleid om zowel kinderen als (jong)volwassenen te begeleiden en hij zorgt voor een aangepaste trainingsopbouw. Trainer ADe trainer A is in staat training te geven aan alle clubniveaus met inbegrip van de topsporters. De trainer A kan technische en tactische opleiding geven, trainingsschema's en (meer)jaarplannen opstellen en bezit de theoretische kennis om de wetenschappelijke verklaringen van trainingseffecten te begrijpen. Het niveau van begeleiding is competitief of prestatiegericht. |