Sporttechnische info schoonspringen

Sporttechnische info schoonspringen

In competitieverband worden sprongen uitgevoerd op een betonnen toren met een hoogte van 5, 7.5 of 10 meter en van de 1 of 3 meter plank. Bij de Olympische Spelen wordt het springen alleen beoefend op de 10 meter toren en 3 meter plank.

Een wedstrijd wordt gejureerd door vijf tot zeven puntenrechters die elke fase van de uitvoering bekijken met de nadruk op afzet, houding van het lichaam in de lucht, uitvoering van de salto en of schroef en de landing in het water (zo weinig mogelijk opspattend water).

De verschillende sprongen hebben elk hun moeilijkheid waarmee rekening wordt gehouden tijdens het toekennen van de punten. Hoe moeilijker de sprong, hoe hoger de punten die worden toegekend aan een sprong.

Alle sprongen staan in een sprongentabel samen met hun moeilijkheidsfactor in het FINA boek (Federation International de Natation Amateur). De FINA is op wereldniveau het besturend lichaam voor alle zwemsporten.
Tijdens wedstrijden bestaan de sprongen uit verplichte en vrije sprongen naar eigen keuzen.

Aantal sprongen

De wedstrijden worden zowel voor dames, als voor heren georganiseerd.

  • Bij het plankspringen (1m en 3m) moeten de dames vijf opgelegde sprongen, en vijf vrij te kiezen sprongen uitvoeren. De heren voeren vijf opgelegde en zes vrij te kiezen sprongen uit.
  • Het torenspringen gebeurt steeds van de 10m-platform. De vrouwen moeten hier acht sprongen afleggen waa_self 4 opgelegde en 4 vrije oefeningen, terwijl de heren zowel 5 opgelegde, als 5 vrije sprongen moeten maken.

Soorten sprongen

De FINA kent 82 verschillende duiksprongen, die in verschillende groepen zijn ingedeeld:

  • Sprongen in voorwaartse richting: sta je met je gezicht naar het water en maak je een vooraf bepaald aantal salto's.
  • Sprongen in achterwaartse richting: sta je met je rug naar het water en draai je met de salto achterwaarts.
  • Contrasprongen: sta je met je gezicht naar het water, spring je naar voren en draai je achterover.
  • Binnenwaartse sprongen: sta je met je rug naar het water, spring je naar achteren en draai je voorover het water in.
  • Schroefsprongen: kunnen de vier voorgaande starthoudingen worden aangenomen en maak je tijdens de vlucht door de lucht in de lengte as een draaiende beweging.
  • Handstandsprongen (enkel bij torenspringen van 5, 7, 10m).

De vijf verplichte en vijf vrije sprongen moeten elk uit een van deze voorgaande groepen komen.
De sprongen kunnen naargelang de soort sprong in verschillende houdingen uitgevoerd worden namelijk:

  • Gestrekt (het lichaam is volledig gestrekt zonder flexie in de heup en de knieën, benen gesloten, tenen gestrekt, armen variabel, gebogen of opwaarts gestrekt, afhankelijk van de sprong).
  • Gehoekt (het lichaam is in de heup naar voor gebogen).
  • Gehurkt (het lichaam in gebogen in het heup- en kniegewricht)
  • In vrije houding.

De houding in de armen is veelal door de springer vrij te kiezen om wat meer variatie tot te laten.