| Hoewel de eerste geschreven waterpoloreglementen dateren van 1883 zou in 1840 de naam waterpolo zijn ontstaan. Over de oorsprong van het waterpolo lopen de berichten nogal uiteen. De Engelse sportjournalist en oud-waterpolospeler Kelvin Juba noemt een zekere William Wilson, in 1844 uit Schotse ouders geboren, als de uitvinder van het 'handbal in water'. Daarbij hielden de deelnemers zich drijvende gezeten op houden tonnen. Ze bedienden zich met peddels om vooruit te komen, de bal te spelen en in het doel te krijgen. Vandaar de naam 'waterpolo'. William Wilson zou in 1876 door zijn zwemvereniging Aberdeen zijn gevraagd regels voor een balspel te water te ontwerpen. Volgens Wilson moesten de spelers zich zwemmend drijvend houden en mochten ze de bal alleen met de handen spelen. In 1877 zou de eerste officiële waterpolowedstrijd zijn gespeeld tijdens het Bon Accord Swimming Festival in de rivier de Dee. Het is niet bekend of Wilson het spel verder heeft ontwikkeld. In 1885 werd waterpolo officieel erkend door de Engelse Amateur Swimming Association en werden waterpolo-caps ter onderscheiding van de spelers ingevoerd. In 1887 werden voor de eerste maal echte doelen gebruikt. In 1888 baseerde een commissie van de Engelse Zwembond zich op het ontwerp van Wilson om het moderne waterpolo te ontwerpen en officiële regels vastgelegd. Datzelfde jaar al werden in Engeland de eerste nationale waterpolokampioenschappen gehouden. De nieuwe sport kwam vrij snel in de gunst van het grote publiek en het spel werd vanuit Engeland naar de Verenigde Staten (Boston) geëxporteerd. Het waterpolo won snel aan populariteit; in 1894 begon men er in Duitsland en Oostenrijk mee, in 1895 in Frankrijk, in 1897 in Hongarije en 1900 in Italië. Een gevolg daarvan was dat het waterpolo in 1900 al op het programma van de Olympische Spelen te Parijs werd geplaatst. De Engelsen deden hun reputatie als waterpolopioniers alle eer aan en wonnen de eerste Olympische titel. België behaalde zilver en Frankrijk het brons.
|