Vlaamse Zwemfederatie vzw


COMPETITIE > schoonspringen > historiek

Het schoonspringen is gegroeid vanuit de turnsport. Bij het begin van de vorige eeuw brachten Duitse en Zweedse gymnasten hun turntoestellen mee naar het zwembad. Alle toestellen (ringen, rekstok...) werden boven het water aangebracht en elke oefening werd door de turner met een elegante duik in het water afgesloten, zogenaamde 'luchtgymnastiek'.

Rond de jaren 1880 begon de eerste echte competitie. De duiksport kon toen niet vergeleken worden met de het schoonspringen van vandaag. Toen werd bijna horizontaal het water ingedoken en het kwam erop aan, onder water de grootst mogelijke afstand af te leggen binnen de minuut.

Tijdens de Olympisch Spelen van 1904 in St-Louis stond duiken voor het eerst op het Olympische programma. Pas voor de spelen van 1908 hadden de officiƫle instanties voor het eerst een echte puntentabel, waarop de juryleden zich moesten baseren voor het toekennen van punten. De competitie was nog altijd een mannelijke aangelegenheid.

Vanaf 1912 werden in Stockholm voor het eerst vrouwen toegelaten tot de duikcompetitie en dit enkel vanaf de rand van het zwembad. Het springen van de 3m en de 5m plank als te gevaarlijk beschouwd voor vrouwen.

Tijdens de Olympisch spelen in Antwerpen mochten de meisjes wel van de springplank. Sinds 1928 staat eveneens het torenspringen voor vrouwen op het Olympische programma.